
Een ambacht
onder druk
Om vijf uur 's ochtends beginnen ze. Tegen de tijd dat ik om acht uur aankom, liggen er honderden makrelen op de werktafel, al opengespleten, klaar voor het pekelbad. De oom van de familie staat er geconcentreerd aan te werken. Makrelen op tafel. Buik open. Hij is 73 en doet dit al langer dan hij zelf nog bij kan houden.



"Ah, daar is de fotograaf", zegt Jessie, de zoon van de eigenaar, als hij me ziet binnenkomen. Het klinkt als een welkom. En dat was het ook.
Visrokerij Smeding staat in IJmuiden, op een steenworp van de haven. Het bedrijf is al drie generaties oud: de grootvader begon, de vader nam het over, en nu staat Geert hier elke ochtend om de zaak draaiende te houden. Vroeger deden ze dit elke dag. Elke dag duizend vissen, soms meer, roken, verkopen, en de volgende ochtend opnieuw beginnen. Nu is het wekelijks. Maar de hoeveelheid is nauwelijks veranderd.
In het begin van de twintigste eeuw telde IJmuiden meer dan tachtig visrokerijen. Later waren het er nog drieëndertig. Nu zijn er nog drie over. Smeding is er één van.
Ze vroegen of ik koffie wilde. Ik zei van niet, ik had al gedronken. Liep door, de werkruimte in, camera omhoog. Die fout had ik al eens eerder gemaakt; niet eerst even contact maken voordat je begint met foto's maken.
Maar ze hadden dit vaker meegemaakt. Een fotograaf die de traditionele visroker ontdekt, enthousiast binnenstapt en meteen gaat schieten. Ze lieten het gewoon toe. Gingen gewoon door met werken. De oom sneed vissen open met het automatisme van iemand die zijn handen nooit hebben hoeven nadenken over wat ze doen. Geert, ondertussen, was al een deel van de ruimte aan het schoonmaken. "Hygiëne hoort erbij" zei hij, "het is en blijft een vers product."


Geert is 59 en begon hier op zijn vijftiende. Hij heeft bakkenbaarden die je in 1957 ook niet zou hebben misstaan, en een coupe die doet denken aan John Travolta in Grease.
Dat is geen toeval. Achter de werkplaats, verstopt tussen de rookkasten en de opslag, staan een stuk of wat oldtimers uit de jaren vijftig. En daarachter, alsof het er altijd al was geweest: een echte diner. Bar, tap, zithoekjes. "Een uit de hand gelopen hobby", zei Geert.
Tijdens de koffiepauze, die we namen in diezelfde diner aan de voorkant, hadden we het over vakantie. Geert ging met zijn vrouw. Vijf dagen, zei ze. Vijf hele dagen. "Meer zit er niet in", zei Geert, schouders ophalend. De zaak gaat door. We moeten voorwerken, en na vijf dagen hebben we alweer heel wat in te halen. Hij zei het zonder bitterheid. Gewoon als een feit.

Het rijgen van de vissen aan de stokken is een handeling die je moet zien om te begrijpen. De oom pakte een ijzeren paal en dreef die door de oogkassen van de makrelen, tien per stok, één voor één, tot de rekken vol hingen. Honderden vissen. Het klinkt zwaar. Het zag er ook zwaar uit. Maar niemand trok er een gezicht bij.
Geert haalde karton voor me, zodat ik in de rookruimte kon staan zonder de vloer te besmeren met roet. Daarna hing hij de rekken op, methodisch, de vissen op gelijke afstand van elkaar. Ze mogen niet aan elkaar zitten, legde hij uit. Anders krijg je witte plekken. Dan is het niet goed.
Om twee uur stak hij het vuur aan. Op de traditionele manier: smeulend hout op de vloer van de oven, de gepekelde makrelen aan speten daarboven. "Bijna niemand doet dat nog zo," zei hij. "Het kan efficiënter. Met machines. Maar wij zijn een van de weinige die het nog zo doen. En dat houden we vol zolang het kan".
Hij zweeg even. Want er hoeft maar één iemand te klagen over de fijnstof die het in de omgeving uitstoot, en het is ook met deze rokerij klaar. Hij zei het zonder dramatiek. Alsof het een weerbericht was.
Wat hij er niet bij zei, maar wat je wel begrijpt als je er een dag rondloopt: de makreel zelf staat ook onder druk. De prijzen zijn de afgelopen jaren bijna verdubbeld. De afzet daalt. Andere rokerijen zijn omgeschakeld of gestopt. Smeding had het roer al eerder omgegooid: het assortiment uitgebreid, de rokerij afgeschaald. Geen noodgreep, maar vooruitdenken.
Jessie werkt mee, heeft het vak geleerd van zijn vader. Maar de uren die Geert maakt, van vier uur 's ochtends tot tien uur 's avonds op rookdagen, die wil hij zijn zoon besparen.

Blog gaat hieronder verder




"Bijna niemand doet dat nog zo. Het kan efficiënter.
Met machines. Maar wij zijn een van de weinige die het nog zo doen."
- Geert Smeding


Het vuur zou de hele middag nog branden. Dan gaan de deuren dicht, en wordt het vuur bedekt met as. Dan zeven uur roken. Om tien uur de luiken open. Om vier uur de volgende ochtend eruit halen.
Eenmaal thuis deed ik mijn kleren meteen uit en stapte ik onder de douche. De geur zat overal. In de kleren, in mijn haar. En mijn camera voelt nog steeds een beetje vettig aan.
Maar voor mij was het één dag. Om vier uur 's ochtends zou Geert er al weer staan.
- Justin van der Starre
