
De wind had de hele ochtend stilgelegen. Buiten de molen, waar de wieken al decennialang het ritme van de seizoenen markeerden, was het stil. Maar Jos wist als geen ander wat te doen. Hij wist het al veertig jaar. Hij liep naar de hendel, zette iets in beweging, en binnen een paar seconden begon De Zandhaas van binnen te leven: het schuiven van stof, een zachte geraas, het is een geluid dat in deze molen al klonk toen Nederland er nog heel anders uitzag.



De Zandhaas staat al in Santpoort-Noord sinds 1779. Generaties lang hebben molenaars hier graan gemalen, wind gevangen, de machine levend gehouden. In de winkel op de begane grond kopen mensen gewoon hun boodschappen: roggemeel, speltbloem, producten die hier zijn gemalen.
Jos (69) is de man die dit allemaal draaiende houdt. Al veertig jaar. Hij is niet iemand die dat graag groot maakt, dat was al snel duidelijk. Toen ik aankwam met mijn camera wist hij meteen waarom ik er was, en hij nam me mee naar binnen met de vriendelijke efficiëntie van iemand die dit snel achter de rug wil hebben. Hier kun je foto's maken, zei hij. En dat was dat.
Dat had ik anders moeten aanpakken. Een fotograaf die te snel zijn camera heft en over gaat tot het maken van de foto’s, mist al gauw de connectie met de persoon die hij probeert vast te leggen. Dat werd vandaag maar weer duidelijk.
De plek waar we stonden voelde vlak aan. Kon je op een foto zien dat dit überhaupt een molen is? Na een paar foto’s vroeg ik of er iets in beweging kon komen in de molen, iets wat liet zien dat dit echt een werkende molen was en geen museum, veranderde er iets. Jos sloeg het ongemak van zich af, liep door de verdiepingen van de molen en begon dingen aan te zetten. Zijn molenaarsleerling verscheen. Ze liepen samen naar boven, en ik volgde.


Boven was het licht prachtig. Schuin invallend, vol stof, echt op een manier die je niet kunt nabootsen. Er was een probleem, hoorde ik ze zeggen. Er zat iets vast in de machine, en de twee mannen werkten met elkaar, geconcentreerd en zwijgzaam, om het los te krijgen.
Jos werkte goed mee, maar zijn gedachten waren ergens anders. Dat zag ik meteen al, maar ik begreep het pas later.
Na afloop vertelde Jos dat zijn molenaarsleerling een paar dagen geleden had laten weten dat hij de molen niet zou overnemen. Persoonlijke redenen. Het was te veel geworden. Het was de derde kandidaat die afhaakte.

Volgens Jos klinkt het werk van een molenaar voor buitenstaanders misschien wat te romantisch: de wind vangen, de stenen laten draaien, een ambacht bewaren dat bijna vergeten is. Maar De Zandhaas is geen romantisch project. Het is een bedrijf. Alles wat hier gemalen wordt, wordt verkocht. Dat vereist continuïteit, vakkennis, en de bereidheid om er dag in dag uit voor te gaan, ook als de wind niet meewerkt, ook als de machine vastloopt, ook als je 69 bent en de enige bent die het nog doet.
Ik vroeg hem hoe hij daarnaar keek.
"Je hebt niet over alles invloed," zei hij. "Soms lopen de dingen gewoon zo."
Het was een antwoord dat klonk als iemand die vrede heeft gesloten met iets waar hij eigenlijk nog mee worstelt. De woorden waren kalm. Wat erachter zat, minder.
Toen ik wegliep, hoorde ik iemand tegen Jos zeggen: “Doe rustig aan heh”.
De wind stond weer op. De wieken draaiden.




